ECLI:NL:RBDHA:2026:2124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en intrekking besluit afgewezen
Eiser diende op 26 juli 2022 een asielaanvraag in die op 15 maart 2024 door verweerder werd afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Verweerder verzocht om uitstel van behandeling van het beroep voor aanvullend onderzoek, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen. Vervolgens trok verweerder het besluit van 15 maart 2024 in en kondigde aan opnieuw op de asielaanvraag te zullen beslissen.
De rechtbank behandelde het beroep als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Omdat verweerder het besluit had ingetrokken, was het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist en dat het niet redelijk was om van eiser te verlangen eerst verweerder in gebreke te stellen.
De rechtbank legde een termijn van zestien weken op waarbinnen verweerder een nieuw besluit moet nemen en bekendmaken, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.401,00. De rechtbank benadrukte dat eiser na een aanvullend gehoor gelegenheid moet krijgen tot het indienen van correcties en zienswijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen het ingetrokken besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond en verweerder moet binnen zestien weken een nieuw besluit nemen met dwangsom bij overschrijding.