ECLI:NL:RBDHA:2026:2154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing geloofwaardigheid asielaanvraag lid National Grand Coalition
Eiser, lid van de National Grand Coalition (NGC), diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd door toepassing van de werkinstructie WI 2024/6, die in strijd is met het Unierecht. Desondanks concludeert de rechtbank dat de minister de politieke activiteiten en de daaruit voortvloeiende problemen van eiser terecht ongeloofwaardig heeft bevonden.
De rechtbank beoordeelt de bewijsvoering omtrent eisers deelname aan online debatten, demonstraties en vergaderingen kritisch. De minister mocht concluderen dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk actief was in politieke activiteiten, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan concrete bewijsstukken. Ook de gestelde bedreigingen door een politieke tegenstander zijn onvoldoende onderbouwd.
Hoewel het beroep gegrond is verklaard vanwege de onzorgvuldige procedure, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de minister de afwijzing voldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat eiser bij terugkeer in Sierra Leone geen gegronde vrees voor vervolging heeft, mede omdat zijn politieke activiteiten in Nederland summier zijn en hij geen concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij in negatieve belangstelling staat. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.