In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie, omdat deze niet tijdig had beslist op de asielaanvraag van 30 maart 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister, na het verstrijken van deze termijn, alsnog op 24 november 2025 een besluit heeft genomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen. Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser geen gronden heeft ingediend die betrekking hebben op het alsnog genomen besluit, waardoor dit beroep kennelijk ongegrond is. De rechtbank heeft de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.