ECLI:NL:RBDHA:2026:231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende bewijs causaal verband burnpits en lymfeklierkanker
Eiser, een militair die in 2011 in Afghanistan was uitgezonden en daar blootgesteld werd aan burnpits, kreeg in 2013 de diagnose Non Hodgkin Lymfoom (NHL). Hij vroeg een militair invaliditeitspensioen (mip aan), stellende dat zijn ziekte door deze blootstelling werd veroorzaakt. Verweerder wees de aanvraag af op basis van medisch onderzoek door de CGOM, die concludeerde dat er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing is voor een causaal verband tussen burnpitblootstelling en NHL.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was en bracht meerdere medische adviezen in van een verzekeringsarts die een causaal verband aannemelijk achtte. Hij verwees ook naar een Kamerbrief en Amerikaanse wetgeving die een vermoeden van verband scheppen. Verweerder handhaafde zijn standpunt met verwijzing naar medische analyses die het causale verband ontkrachten.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om de medische conclusies van verweerder gemotiveerd in twijfel te trekken, wat niet is gelukt. De aangevoerde medische literatuur en argumenten boden onvoldoende basis om het causaal verband aan te nemen. Ook het Amerikaanse beleid kon niet leiden tot een andere beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige afgewezen.
Eiser krijgt geen invaliditeitspensioen, geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 8 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een causaal verband tussen burnpitblootstelling en de ziekte van Hodgkin.