Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun asielaanvragen van 28 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak moet de minister binnen zestien weken na het nader gehoor en het voornemen een besluit nemen. Gezien het verloop van de procedure moet de minister binnen acht weken na deze uitspraak alsnog beslissen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister deze termijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 8 januari 2026.