ECLI:NL:RBDHA:2026:2468
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die bij besluit van 2 oktober 2025 is afgewezen. Deze afwijzing is door de rechtbank op 28 januari 2026 bevestigd, waarbij het terugkeerbesluit deels is vernietigd. Hierdoor heeft eiser geen rechtmatig verblijf meer in Nederland volgens artikel 8 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De minister heeft op 9 februari 2026 een maatregel opgelegd waarbij eiser zich vanaf 11 februari 2026 moet verblijven in een vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, maar dit verzoek is door de voorzieningenrechter zonder zitting afgewezen omdat het kennelijk ongegrond is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het ontbreken van rechtmatig verblijf ook betekent dat eiser geen recht meer heeft op opvang op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers. De vrijheidsbeperkende maatregel dient niet alleen om toezien op vertrek, maar ook om opvang en medische zorg te garanderen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt afgewezen.