Eiser, een Iraakse jezidi, diende in april 2023 een asielaanvraag in Nederland in nadat hij internationale bescherming had ontvangen in Griekenland. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit op. Eiser betoogde dat hij als jezidi risico loopt op discriminatie, vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Irak, en dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is omdat hij nog bescherming geniet in Griekenland.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden heeft aangevoerd die een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade aantonen. Het Iraakse beleid erkent jezidi’s en de algemene situatie biedt geen automatische risico’s. Daarnaast is het opleggen van een terugkeerbesluit onrechtmatig omdat de minister niet kon vaststellen dat de Griekse autoriteiten de vluchtelingenstatus van eiser hebben ingetrokken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het terugkeerbesluit en laat het overige besluit in stand. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van individuele beoordeling en respect voor internationale bescherming binnen de EU.