Eiser ontvangt sinds 2014 een AOW-pensioen met toeslag voor zijn partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag in 2022 de toeslag en vorderde een bedrag van €12.183,14 terug wegens vermeende onjuiste opgave van het partnerinkomen. Na bezwaar en een nieuw besluit in 2025 werd het terug te vorderen bedrag verlaagd tot €8.006,39.
Eiser betoogt dat hij gerechtvaardigd op zijn accountant mocht vertrouwen en geen navraagplicht heeft geschonden. De Svb stelt dat eiser de mededelingsplicht heeft overtreden door het inkomen van zijn partner niet te melden, wat leidde tot een te hoge toeslag. De rechtbank oordeelt dat eiser de mededelingsplicht heeft geschonden, maar dat de Svb geen verwijt treft en voldoende heeft gehandeld.
Tijdens de zitting erkende de Svb een fout in de berekening van de terugvordering, die niet aan eiser te wijten is. De rechtbank verklaart daarom het beroep tegen het tweede besluit gegrond en draagt de Svb op een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk omdat het tweede besluit het eerste vervangt.