ECLI:NL:RBDHA:2026:2711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-aangetoonde identiteit en familierechtelijke relatie
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun vader (referent). De minister wees deze aanvraag af omdat eisers geen geldige paspoorten konden overleggen, waardoor hun identiteit en familierechtelijke relatie niet konden worden vastgesteld.
Eisers stelden dat zij meerderjarige kinderen van referent zijn en overlegden diverse documenten zoals uittreksels uit het geboorteregister en een familieboekje. Zij konden echter geen paspoorten overleggen vanwege financiële en praktische belemmeringen. De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van eisers is om hun identiteit aan te tonen en dat de minister terecht het negatieve onderzoeksresultaat van Bureau Documenten heeft meegewogen.
Omdat de identiteit niet was aangetoond, kon ook de familierechtelijke relatie niet worden vastgesteld, waardoor geen sprake was van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde dat de minister niet verplicht was een belangenafweging te maken omdat het familie- of gezinsleven ontbrak.
Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand. Er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voor voorlopig verblijf blijft in stand.