ECLI:NL:RBDHA:2026:3091
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende afhankelijkheid en belangenafweging
Eiseres, een Surinaamse vrouw, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij haar Nederlandse zus te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat zij en haar zus niet van elkaar gescheiden konden worden, zoals vereist volgens het arrest K.A. van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank bevestigde dat eiseres en haar zus weliswaar een bijzondere band hebben, maar dat deze niet voldoet aan de hoge lat van uitzonderlijke afhankelijkheid. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiseres en haar zus niet samenwonen en niet financieel of praktisch afhankelijk zijn. De belangenafweging van de minister, waarbij ook het Nederlandse toelatingsbeleid en de banden van eiseres met Suriname werden betrokken, werd als zorgvuldig en gemotiveerd beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het opleggen van een terugkeerbesluit en de signalering in het SIS rechtmatig waren. De hoorplicht was niet geschonden omdat de minister redelijkerwijs kon aannemen dat een hoorzitting geen ander besluit zou opleveren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.