Eiser heeft op 10 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een mogelijke verlenging van drie maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep terecht en gegrond is. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit wordt genomen. De rechtbank legt daarom een termijn van acht weken op waarbinnen de minister moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt ook veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,-. Eiser krijgt vrijstelling van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.H.G.P. Tober op 5 februari 2026.