ECLI:NL:RBDHA:2026:3421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Algerije ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 29 oktober 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting en onderzocht de ontwikkelingen sinds het vorige onderzoek op 29 december 2025.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzettingshandelingen, dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije, en dat zijn medische situatie verslechterd was. Ook stelde hij dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door vertrekgesprekken en schriftelijke rappels. Er is geen aanleiding om een lichter middel toe te passen, mede omdat eiser geen medewerking verleent. Het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt niet, mede gelet op eerdere uitspraken en medewerking van Algerijnse autoriteiten. De medische situatie van eiser rechtvaardigt geen ander oordeel, aangezien geen detentieongeschiktheid is vastgesteld en adequate medische zorg beschikbaar is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.