ECLI:NL:RBDHA:2026:3693

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
NL26.3689
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 12 lid 2 DublinverordeningArt. 12 lid 4 DublinverordeningArt. 17 lid 1 Dublinverordening
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, heeft op 15 augustus 2025 asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland heeft een overnameverzoek ingediend dat door Portugal is aanvaard.

Eiser betoogt dat hij vreest voor indirect refoulement vanwege zijn homoseksuele geaardheid en eerdere negatieve ervaringen in Portugal, en dat Nederland de aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank stelt vast dat Portugal verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de correcte behandeling door Portugal.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Portugal of bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Portugal verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.3689

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1997 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 15 augustus 2025 asiel in Nederland aangevraagd.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen. Uit onderzoek uit EU-Vis blijkt dat de Portugese autoriteiten eiser een visum hebben verleend met een geldigheidsduur van 8 augustus 2025 tot 29 augustus 2025. Het visum was minder dan 6 maanden verlopen ten tijde van de indiening van eisers asielaanvraag. Verweerder heeft daarom op 16 oktober 2025 een overnameverzoek ingediend bij de Portugese autoriteiten. [1] De Portugese autoriteiten hebben dit overnameverzoek op 16 december 2025 aanvaard. [2]
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert in dat verband aan dat hij vreest voor indirect refoulement, omdat hij in Portugal werd uitgelachen en niet serieus werd genomen wegens zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder had dan ook gebruik moeten maken van zijn bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening om de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Vastgesteld wordt dat niet in geschil is dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.
5. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat voor Portugal mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Portugal zijn. Verweerder stelt terecht dat wat eiser heeft aangevoerd over zijn eerdere ervaringen in Portugal niet is onderbouwd met stukken. Daarbij merkt verweerder terecht op dat eiser niet eerder asiel in Portugal heeft aangevraagd en dus ook geen ervaring heeft met de asielprocedure in dat land. Bovendien mag verweerder als gevolg van het claimakkoord ervan uitgaan dat eisers asielaanvraag door Portugal in behandeling wordt genomen overeenkomstig de internationale verplichtingen en relevante Europese richtlijnen. Bij voorkomende problemen kan eiser zich wenden tot de (hogere) Portugese autoriteiten.
6. Omdat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, kan de beoordeling van het gestelde risico op indirect refoulement niets plaatsvinden binnen de kaders van een Dublinprocedure. [3]
7. Eiser heeft tot slot niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Portugal van onevenredige hardheid getuigt. Verweerder heeft dan ook geen toepassing hoeven geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De omstandigheden en ervaringen van eiser in Portugal heeft verweerder al beoordeeld in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en hoeven daarom niet opnieuw te worden beoordeeld in het kader van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. [4]
8. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 24 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak isbekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 12, vierde lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
2.Op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.
3.Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2359.
4.Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1860.