ECLI:NL:RBDHA:2026:3701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit
Eiser, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en vanwege de inval in Oekraïne tijdelijke bescherming kreeg in Nederland, is geconfronteerd met een besluit van 14 maart 2024 waarin zijn tijdelijke bescherming wordt beëindigd en hij wordt verplicht binnen vier weken terug te keren naar Marokko.
Eiser betoogt dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is omdat het onderscheid maakt tussen derdelanders en Oekraïners, wat volgens hem in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast stelt hij dat het vertrouwensbeginsel is geschonden door de eerdere bevriezingsmaatregel.
De rechtbank oordeelt dat het onderscheid gerechtvaardigd is omdat de tijdelijke bescherming van derdelanders facultatief is en anders dan die van Oekraïners. De bevriezingsmaatregel wordt gezien als een feitelijke opschorting en niet als rechtmatig verblijf, waardoor het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Ook is geen sprake van strijd met het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het terugkeerbesluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 23 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.