Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:3711

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
NL25.31832
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen

De verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister alsnog een besluit nam dat tegemoetkwam aan het verzoek.

Verzoeker vroeg vervolgens om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat een vergoeding van proceskosten alleen kan worden toegekend als aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig beslissen is voldaan.

De minister had een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Soedan, waardoor de beslistermijn werd opgeschort. De rechtbank volgt de uitleg dat de beslistermijn niet verlengd maar opgeschort werd, en dat de termijn weer ging lopen na het beëindigen van het BVM op 9 juli 2024.

De aanvraag van verzoeker was ingediend tijdens het BVM, waardoor de beslistermijn pas vanaf 9 juli 2024 liep en eindigde op 9 januari 2025. Verzoeker stuurde een ingebrekestelling op 19 maart 2025, maar er is geen bewijs dat deze is ontvangen door de minister. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor beroep en dus ook niet voor proceskostenvergoeding.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaart het beroep niet-ontvankelijk indien het niet was ingetrokken.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31832

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. J.G. Brands),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan zijn verzoek. Verzoeker heeft daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.
Voldoet het beroep van verzoeker aan de voorwaarden?
4. De minister moet in principe binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. [3] Met het besluit van 28 juni 2023 heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium [4] (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Soedan. Met het besluit van 19 december 2023 is de geldigheid van het BVM verlengd. [5] Deze gold tot en met 8 juli 2024.
5. De minister legt het BVM zo uit dat de beslistermijn voor lopende asielaanvragen
van vreemdelingen uit Syrië is verlengd met een jaar tot ten hoogste 21 maanden en baseert zich op artikel 43, eerste lid, van de Vw. De rechtbank volgt deze uitleg niet en zal de term ‘verlengen’ opvatten als ‘opschorten’. Aan de Procedurerichtlijn en het bepaalde in artikel 31, vierde lid, kent de rechtbank meer gewicht toe nu dat van recentere datum is dan de totstandkoming van de Vreemdelingenwet en het bepaalde in artikel 43. Daarnaast spreekt de Engelse versie van artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn over postpone.
De rechtbank vindt ook steun in het doel en de strekking van een BVM. Een BVM ziet op de situatie waarin niet beslist kan worden op aanvragen, omdat de situatie in het land van herkomst zodanig complex is dat geen weloverwogen besluit kan worden genomen. Op het moment dat de situatie niet langer complex is en het BVM niet langer van kracht is, gaat de beslistermijn weer lopen en kan de minister weer besluiten nemen. Dat de wet en het BVM zelf over verlengen spreken in plaats van over opschorten doet hieraan niet af. [6]
6. In de zaak van eiser geldt dat de aanvraag op 23 november 2023 is ingediend,
gedurende de geldigheid van het BVM Soedan. Het BVM Soedan is op 9 juli 2024 beëindigd en de beslistermijn is op die datum gaan lopen. De wettelijke beslistermijn is geëindigd op 9 januari 2025. In het dossier bevindt zich een ingebrekestelling van eiser van 19 maart 2025. Een ontvangstbevestiging ontbreekt. De minister heeft bovendien gesteld dat er geen ingebrekestelling is ontvangen. Nu niet kan worden vastgesteld dat de ingebrekestelling is ingediend, is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard wanneer verzoeker dit beroep niet had ingetrokken.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.Besluit van 28 juni 2023 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Sudan (
5.Besluit van 19 december 2023 tot het verlengen van het besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Sudan (