ECLI:NL:RBDHA:2026:3948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit voor derdelander Oekraïne na beëindiging tijdelijke bescherming
Eiser, een Algerijnse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Na beëindiging van de bevriezingsmaatregel van de tijdelijke bescherming per 4 september 2025, werd een terugkeerbesluit genomen dat eiser binnen vier weken terug moet keren naar Algerije.
Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel omdat verweerder zou zijn teruggekomen op een eerdere bevriezingsmaatregel, en met het gelijkheidsbeginsel omdat Oekraïners niet worden teruggestuurd. Ook stelde eiser dat hij niet is gehoord voorafgaand aan het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit voldoet aan de richtlijn tijdelijke bescherming en de Terugkeerrichtlijn, dat er geen sprake is van gelijke gevallen tussen Oekraïners en derdelanders, en dat de bevriezingsmaatregel slechts een feitelijke opschorting was. Tevens was er een voornemen tot besluit genomen waarbij eiser gelegenheid had om zich uit te spreken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.