ECLI:NL:RBDHA:2026:3951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit Nigeria wegens beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland na zijn vlucht uit Oekraïne, stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit verplicht eiser binnen vier weken na 4 september 2025 terug te keren naar Nigeria, nadat de tijdelijke bescherming was beëindigd.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende rekening hield met zijn recht op familie- en privéleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro en dat terugkeer naar Nigeria een reëel risico op ernstige schade zou opleveren in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland had opgebouwd en dat er geen aanwijzingen waren dat terugkeer tot schending van het non-refoulementbeginsel zou leiden.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin was vastgesteld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, en concludeerde dat het terugkeerbesluit voldoet aan de Terugkeerrichtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit naar Nigeria wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.