In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 12 januari 2026, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelt dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 28 juni 2023. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. Het is niet in geschil dat de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag is verstreken. In een eerdere procedure heeft de rechtbank zittingsplaats Zwolle de minister een nader beslistermijn van acht weken opgelegd, maar deze termijn is niet nageleefd. Eiser heeft hierop opnieuw beroep ingesteld, dat door de rechtbank als ontvankelijk en kennelijk gegrond is beoordeeld. De rechtbank legt de minister op om binnen vier weken na de bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangetroffen op rechtspraak.nl.