In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 12 januari 2026, gaat het om een opvolgend beroep van eisers tegen de minister van Asiel en Migratie. De eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op hun asielaanvragen, ingediend op 25 november 2023. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en vastgesteld dat de termijn voor het nemen van een besluit door de minister is verstreken. In een eerdere procedure had de rechtbank al een beslistermijn van 16 weken vastgesteld, maar de minister heeft deze termijn overschreden. Hierdoor is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank legt de minister op om binnen acht weken na de bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvragen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de eisers vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden ingezien op rechtspraak.nl.