ECLI:NL:RBDHA:2026:4124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielverblijfsvergunning op b-grond
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verleende deze vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat zijn aanvraag op de a-grond had moeten worden ingewilligd vanwege zijn desertie en illegale uitreis, en verwees naar internationale richtlijnen en rapporten over de risico's voor deserteurs.
De rechtbank onderzocht of eiser procesbelang had bij het beroep tegen het besluit. Uit jurisprudentie volgt dat een vreemdeling met een verblijfsvergunning op de b-grond geen procesbelang heeft bij doorprocederen voor een a-grond, omdat dit geen gunstigere positie oplevert. Daarnaast kon procesbelang niet worden ontleend aan het lopende wetsvoorstel 'Wet invoering tweestatusstelsel', omdat de uitkomst daarvan onzeker is en het wetsvoorstel nog niet is aangenomen.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang heeft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De zaak werd niet inhoudelijk beoordeeld en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.