ECLI:NL:RBDHA:2026:4222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en onvoldoende traumabeleid
Eiseres diende op 12 november 2024 een asielaanvraag in, die door de minister op 22 oktober 2025 werd afgewezen. Zij voerde aan dat zij vanwege haar lesbische geaardheid en traumatische ervaringen met de ex-partner van haar tante vervolging en ernstige schade zou vrezen bij terugkeer naar Nigeria.
De rechtbank behandelde het beroep op 24 februari 2026 en oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiseres in twijfel trok. Eiseres gaf onvoldoende inzicht in haar innerlijke ontwikkeling en persoonlijke beleving, en haar verklaringen over haar contacten binnen de LHBTI-gemeenschap waren oppervlakkig. Ook de verklaringen van derden boden geen doorslaggevend aanvullend bewijs.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij persoonlijk te vrezen heeft van de ex-partner van haar tante, noch dat deze ex-partner valt onder de categorieën die in het traumatabeleid worden beschermd. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen als ongegrond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.