ECLI:NL:RBDHA:2026:4240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluiten na beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdelingen
Eisers, van Armeense nationaliteit en met tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege verblijf in Oekraïne, kregen op 22 maart 2024 terugkeerbesluiten opgelegd omdat hun verblijfsrecht per 4 maart 2024 was geëindigd.
Eisers voerden aan dat de rechtbank de beroepen als bezwaarschriften moest behandelen en dat hun rechtmatig verblijf niet was geëindigd, mede vanwege voorlopige voorzieningen die hen beschermden. De rechtbank oordeelde dat zij wel bevoegd is om de beroepen te behandelen en dat de terugkeerbesluiten terecht zijn opgelegd.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter die bevestigde dat de facultatieve tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 mocht worden beëindigd en dat er geen verlenging tot 4 maart 2025 was. Ook de voorlopige voorzieningen verhinderen niet dat terugkeerbesluiten worden opgelegd.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de terugkeerbesluiten blijven in stand. De uitspraak is gedaan door rechter A.M. de Wit en griffier H.S. van Wessel op 3 maart 2026.
Uitkomst: De beroepen tegen de terugkeerbesluiten zijn ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.