Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
[minderjarige] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“De vervaldatum voor het herstellen van het verzuim is woensdag 1 oktober 2025”. De gemachtigde van eiser mocht daarom uitgaan van deze door de rechtbank vermelde termijn. Het beroep is daarom ontvankelijk.
Verder neemt verweerder aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in onder meer het [departement] , waar eisers verbleven. [8] Het is dan ook aan eisers om aannemelijk te maken dat zij ondanks dit lager geweldsniveau toch een reëel risico lopen op ernstige schade. Eisers hebben hun stelling dat zij als Venezolanen een verhoogd risico lopen op geweld in Colombia niet onderbouwd. Zij hebben bovendien twee jaar in Medellín verbleven zonder slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Verweerder mag verder van eisers verwachten dat in zij zich in geval van voorkomende problemen wenden tot de Colombiaanse autoriteiten. Eisers stelling dat de Colombiaanse autoriteiten zouden samenwerken met de Venezolaanse autoriteiten hebben zij evenmin onderbouwd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl