Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 11 april 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Hoewel de minister aanvankelijk de beslistermijn met negen maanden verlengde, werd deze verlenging ingetrokken, waardoor de beslistermijn weer zes maanden bedroeg.
Eiseres komt uit de Palestijnse gebieden, waarvoor vanaf 19 december 2023 een besluitmoratorium gold dat later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd vernietigd. Hierdoor bleef de beslistermijn onverminderd zes maanden. Eiseres stelde de minister op 27 juni 2025 in gebreke en stelde daarna beroep in, dat gegrond werd verklaard wegens overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €467 aan eiseres.