ECLI:NL:RBDHA:2026:4787
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen buitenbehandelingstelling gecombineerde vergunning verblijf en arbeid wegens niet-betaling leges
Eiseres diende op 16 januari 2024 een aanvraag in voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De minister stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiseres de leges niet had betaald, ondanks dat zij hiertoe in de gelegenheid was gesteld.
Eiseres voerde in beroep aan dat de minister niet aannemelijk had gemaakt dat de legesbrieven daadwerkelijk en naar het juiste adres waren verzonden en dat zij ten onrechte niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat de legesbrieven op de juiste wijze en naar het correcte adres waren verzonden, onderbouwd met het gegevensverwerkingssysteem Indigo en bevestigde jurisprudentie.
De rechtbank stelde dat het vermoeden van ontvangst van de brieven niet was ontzenuwd door eiseres, die slechts ontkende ontvangst te hebben gehad zonder nadere feiten. Ook was het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd omdat het bezwaar geen kans op een ander besluit bood. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de buitenbehandelingstelling van haar aanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.