Eiser, een asielzoeker van Eritrese nationaliteit, betwistte de door de minister vastgestelde geboortedatum die in Italië was geregistreerd. De minister had een verblijfsvergunning verleend maar ging uit van een oudere geboortedatum dan eiser had opgegeven, omdat er twijfel bestond over zijn leeftijd. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de Italiaanse registratie zwaarder woog dan de leeftijdsschouw en de verklaringen van eiser.
De rechtbank stelde vast dat de leeftijdsschouw door de IND niet inzichtelijk en concludent was, omdat er geen duidelijke verbinding was tussen observaties en conclusies. Ook was niet duidelijk waarom de minister meer gewicht gaf aan de Italiaanse registratie, terwijl niet was onderzocht waarop deze was gebaseerd. De minister had verder moeten informeren bij de Italiaanse autoriteiten.
De rechtbank benadrukte dat de minister de presumptie van minderjarigheid moet respecteren en deze alleen kan ontzenuwen met deugdelijk bewijs. Omdat dit niet was gebeurd, werd het besluit vernietigd voor zover het de geboortedatum betrof. De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend.