Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 6 juli 2023. Ondanks een verzoek om binnen twee weken alsnog te beslissen, bleef een besluit uit, waarna eiseres de rechtbank inschakelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister heeft de beslistermijn overschreden en moet nu alsnog binnen een nieuwe termijn van zestien weken een besluit nemen, conform het 8+8 wekenmodel zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.