Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 22 juli 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank past de uitgangspunten toe uit een eerdere uitspraak van maart 2023 en bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 bij overschrijding van deze termijn.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer een besluit volgt. De rechtbank veroordeelt de minister ook tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467, en tot vergoeding van het griffierecht van € 200.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.H.G.P. Tober en is uitgesproken op 2 maart 2026. Eiser krijgt gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen.