Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag van 20 januari 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn, die voor aanvragen vóór 28 maart 2025 geldt en maximaal 180 dagen kan zijn, heeft overschreden. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en daarna tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 467,-, omdat eiseres een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder verweerschrift van de minister.