Eiser heeft op 1 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvraag beslist, waarna eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de minister geen verweerschrift heeft ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer een besluit wordt genomen. De rechtbank legt daarom een beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek, mits dit schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Omdat de wettelijke bepalingen omtrent bestuurlijke dwangsommen per 15 april 2025 zijn komen te vervallen en de minister niet tijdig heeft beslist en in gebreke is gesteld vóór die datum, kan de rechtbank de hoogte van de reeds verbeurde dwangsom niet vaststellen.
De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. De rechtbank acht het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en verklaart het beroep gegrond.