ECLI:NL:RBDHA:2026:5257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank had eerder op 20 juni 2025 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiseres op 16 januari 2026 opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaart dit tweede beroep ontvankelijk en gegrond, omdat verweerder wederom niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 467 wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.