Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres,
[naam 2] en [naam 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Ugandese nationaliteit en behorend tot de Banyankole bevolkingsgroep, vordert vernietiging van de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij vreest vrouwenbesnijdenis voor zichzelf en haar in Nederland geboren dochter. De minister wees de aanvraag af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over haar opgroeien bij de Pokot bevolkingsgroep.
De rechtbank oordeelt dat de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling onzorgvuldig heeft toegepast door uitsluitend te toetsen aan artikel 31, lid 6, onder c van de Vreemdelingenwet 2000 en niet integraal, in strijd met Unierecht en het EVRM. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met PTSS en zwangerschap van eiseres, maar de rechtbank vindt dat dit geen invloed had op haar verklaringen.
De rechtbank stelt vast dat de minister terecht twijfels had bij de samenhang en aannemelijkheid van het asielrelaas, met name over de Pokot-tradities en inconsistenties in verklaringen. Ook acht de rechtbank de vrees voor vrouwenbesnijdenis en genitale verlenging onvoldoende aannemelijk. Desondanks vernietigt de rechtbank het besluit wegens procedurele onzorgvuldigheid, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.