Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , eiseres 1,
:eisers,
)
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en gezinshereniging. De rechtbank had eerder op 11 juni 2025 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog geen besluit genomen, waarop eisers op 16 januari 2026 opnieuw beroep instelden. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, en dat verweerder binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank wijst op het gebruik van het FIFO-principe door verweerder, maar constateert dat de aanvragen nog niet in behandeling zijn genomen. Daarom wordt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd. Tevens worden de proceskosten van € 467 aan verweerder opgelegd. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bevestigt de dwangsom en termijn.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder binnen twee weken een besluit te nemen op de aanvragen en legt een dwangsom op bij overschrijding.