Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, zoals bedoeld in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is overschreden en dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat de uiterste termijn van 21 maanden, genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, is verstreken. Daarom wordt de minister opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467. De rechtbank benadrukt dat bij overschrijding van de termijn in eerdere rechterlijke uitspraken een hogere dwangsom kan worden opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens overschrijding van de beslistermijn en legt een dwangsom op aan de minister van Asiel en Migratie.