Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank had eerder op 19 december 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht of twintig weken een besluit te nemen. Verweerder heeft echter nagelaten binnen deze termijnen te beslissen, waarop eiser opnieuw beroep instelde.
De rechtbank overweegt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is nu verweerder de eerdere termijn niet heeft nageleefd. Het FIFO-principe dat verweerder hanteert, leidt niet tot afwijking van de wettelijke beslistermijn van twee weken zoals genoemd in artikel 8:55d Awb. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €200 per dag op met een maximum van €15.000 wegens de overschrijding van deze termijn. Ook veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en in de vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 14 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.