Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
2 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, referente, de gemachtigde van eiseres, M. Sivridag (als tolk in de Turkse taal) en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
- de vreemdeling of de hoofdpersoon valt onder het toepassingsbereik van Besluit 1/80 of het Aanvullend Protocol;
- de vreemdeling heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder mvv ingediend;
- de vreemdeling voldoet aan alle overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning; en
- er is sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste onevenredig is.
EEG-Turkije in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, maar verweerder had eerst moeten toetsen of zij in aanmerking komt voor een mvv-vrijstelling op grond van het Associatierecht en vervolgens pas moeten toetsen of zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Volgens eiseres gaan de ‘overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning’ in de derde voorwaarde niet om de inhoudelijke beoordeling van artikel 8 van Pro het EVRM, maar om de materiele vereisten, zoals het aantonen van identiteit of het zijn van een gevaar voor de openbare orde. Binnen dit vereiste kan niet ook nog eens kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 van Pro het EVRM. Een mvv-vrijstelling wordt dan zinledig, nu een mvv-vrijstelling dan alleen kan worden verleend als een mvv-vrijstelling niet nodig is. Volgens eiseres voldoet zij aan de voorwaarden en komt zij in aanmerking voor een mvv-vrijstelling.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.I.G.A. Karregat, griffier.