ECLI:NL:RBDHA:2026:569
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.B. Woe
- J.J. Arts
- K.G. Scholten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verhoogde eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting 2023
Eiser betwist de toepassing van het verhoogde eigenwoningforfait van 2,35% op het deel van de eigen woningwaarde boven €1.200.000 in de aanslag inkomstenbelasting 2023. Hij stelt dat deze regeling niet past binnen het doel van de Wet IB 2001, niet voldoet aan het draagkrachtbeginsel en het gelijkheidsbeginsel schendt. Tevens voert hij aan dat het forfait onvoldoende rekening houdt met het afnemend grensnut van duurdere woningen.
De rechtbank stelt vast dat het eigenwoningforfait een forfaitaire benadering is van het voordeel uit de eigen woning, waarbij de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft. De regeling is historisch gebaseerd op het belasten van het woongenot alsof de woning wordt verhuurd. De verhoging van het forfaitpercentage voor woningen boven een bepaalde waarde is ingegeven door het grotere beleggingsaspect bij duurdere woningen en budgettaire overwegingen.
De rechtbank oordeelt dat de inmenging in het eigendomsrecht door het verhoogde forfait gerechtvaardigd is en dat er geen sprake is van discriminatie in de zin van artikel 14 EVRM Pro. De wetgever heeft een redelijke en proportionele afweging gemaakt en de beoordelingsmarge niet overschreden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen het verhoogde eigenwoningforfait wordt ongegrond verklaard.