Eiser diende op 22 december 2023 een asielaanvraag in, die door de minister op 20 mei 2025 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn identiteit en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar. Eiser stelde dat hij vanwege conflicten met de Jaulanko in Gambia moest vluchten. De minister achtte zijn verklaringen summier en onlogisch.
De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte de identiteit van eiser als ongeloofwaardig had bestempeld, mede omdat eiser een geboorteakte had overgelegd en zijn verklaringen niet wisselend waren over zijn identiteit, maar over registratie in Italië. Tevens werd geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het onderzoek naar adequate opvang niet was afgerond tijdens de minderjarigheid van eiser, wat vereist is volgens het buitenschuldbeleid.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de identiteit en het buitenschuldbeleid betrof en beval de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.