Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 13 januari 2025. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank stelt vast dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het UWV een termijn van zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, in totaal maximaal negen weken na verzending van de uitspraak. Dit is een bijzonder geval conform artikel 8:55d, derde lid, Awb, mede vanwege structurele tekorten aan verzekeringsartsen.
Het UWV heeft niet duidelijk gemaakt wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden, waardoor de rechtbank het UWV opdraagt binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 12 maart 2026 door rechter S.H. van den Ende. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze termijnen en omstandigheden zijn vastgesteld.