Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd bepaald dat zij niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateerde dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was. Gezien het medisch karakter van de beoordeling en het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, kwalificeerde deze situatie als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb. De rechtbank stelde een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen het UWV de medische beoordeling moet verrichten en een besluit moet nemen.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het UWV werd ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 12 maart 2026.