ECLI:NL:RBDHA:2026:5898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag na verblijf in ander Europees land
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank onderzoekt ambtshalve of eiser nog procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep.
De minister heeft aangegeven dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en niet meer in Nederland verblijft. De gemachtigde van eiser heeft bevestigd dat eiser elders in Europa een verblijfsvergunning heeft verkregen. De rechtbank overweegt dat bij vertrek met onbekende bestemming de veronderstelling geldt dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte verblijfsvergunning in Nederland.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat procesbelang kan worden aangenomen indien contact met de gemachtigde wordt onderhouden en er een actueel belang is. In dit geval is er sprake van concrete aanknopingspunten dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, omdat hij vrijwillig naar een ander Europees land is vertrokken en daar een verblijfsvergunning heeft gekregen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen een week verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang heeft nu hij in een ander Europees land een verblijfsvergunning heeft verkregen.