Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 17 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en oordeelt dat bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is. De minister krijgt daarom een termijn van acht weken om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en openbaar gemaakt op 20 maart 2026.