Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
,hierna: verweerder, (gemachtigde: mr. Y. Verheugd).
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 4 augustus 2020 een herhaalde asielaanvraag in die op 3 november 2023 buiten behandeling werd gesteld. De rechtbank verklaarde eerdere beroepen tegen dit besluit en tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond en gaf de minister termijnen om alsnog te beslissen.
Het tweede beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de maximale dwangsom nog niet was bereikt. Na verzet werd dit oordeel op 8 januari 2025 herzien en het onderzoek heropend. Vervolgens stelde de minister de aanvraag buiten behandeling wegens afwezigheid van eiser bij een asielgehoor.
De rechtbank oordeelt dat nu de minister op 6 juni 2025 een besluit heeft genomen, het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit geen procesbelang meer heeft en daarom niet-ontvankelijk is. Gezien de goede gronden voor het beroep veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten van €467,-. Het onderzoek wordt gesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.