ECLI:NL:RBDHA:2026:6231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn moeder en zus. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 2 juli 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiser op 30 januari 2026 opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, en wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe wegens betalingsonmacht.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser ad € 467. De rechtbank constateert dat de eerder opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel bleek om tijdig te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.