ECLI:NL:RBDHA:2026:6235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 1 juli 2025 verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, waarop eisers op 3 februari 2026 opnieuw beroep instelden. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, en wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van € 467. De rechtbank constateert dat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel bleek om tijdig te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.