Eiser, een Algerijnse staatsburger behorend tot de Amazigh-bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in Nederland in met het argument dat hij discriminatie en vervolging vreest vanwege zijn etniciteit en deelname aan Hirak-demonstraties. Na eerdere procedures en besluiten, waaronder een intrekking van een besluit en een bevriezingsmaatregel, wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag af als ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig zijn, maar laat de geloofwaardigheid van de discriminatie en demonstraties in het midden. De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Algerijnse autoriteiten staat of zal komen te staan, mede omdat hij slechts beperkt deelnam aan demonstraties, niet vervolgd werd en sinds 2019 geen politieke activiteiten meer heeft verricht.
Ook de combinatie van etniciteit en politieke activiteiten leidt niet tot een verhoogd risico op vervolging. Daarnaast is het terugkeerbesluit niet prematuur genomen ondanks de tijdelijke bevriezingsmaatregel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.