Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag van 14 maart 2025 voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met verlenging van maximaal drie maanden, heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht is ingediend en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, tenzij hij binnen die termijn nader onderzoek aanbiedt, waarna de beslistermijn wordt verlengd tot twintig weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,-, omdat zij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.H.G.P. Tober en is uitgesproken op 19 maart 2026.