Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, alsmede een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, zijn overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank acht het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen, stelt de rechtbank een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na verzending van de uitspraak vast. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eiser. De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.