Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6314

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
09/027638-23
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van technische hulpmiddelen en leadlijsten voor computervredebreuk en phishingfraude

De rechtbank Den Haag heeft op 16 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het bezit van technische hulpmiddelen en leadlijsten die geschikt zijn voor het plegen van computervredebreuk, phishing en bankhelpdeskfraude.

De tenlastelegging omvatte onder meer het bezit van een HP laptop met phishing panel software, het verzenden van phishing e-mails en berichten, het voorhanden hebben van niet-openbare persoonsgegevens (leadlijsten) en het bezit van een USB-stick met phishing software. De rechtbank sprak verdachte vrij van het eerste feit omdat phishingfraude geen misdrijf is waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat en er geen bewijs was voor gewoontewitwassen.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte tussen augustus 2022 en januari 2023 leadlijsten bezat waarvan redelijkerwijs kon worden vermoed dat deze door misdrijf waren verkregen, en dat hij technische hulpmiddelen bezat die geschikt waren voor het plegen van strafbare feiten zoals phishing en computervredebreuk. De verdachte had ook een USB-stick met phishing software bij zich tijdens een aanhouding in maart 2022.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 40 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, een lagere straf dan de eis van 21 maanden vanwege de aangepaste bewezenverklaring. Daarnaast werd een inbeslaggenomen Apple iPhone onttrokken aan het verkeer omdat deze was voorzien van programmatuur voor phishingfraude.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 dagen gevangenisstraf voor bezit van technische hulpmiddelen en leadlijsten voor computervredebreuk en phishingfraude, vrijspraak voor andere feiten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/027638-23
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres 1] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Tuinenburg en van wat door de verdachte en haar raadsman mr. C.J.J. Visser naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na aanpassing van de tenlastelegging op de terechtzitting van 2 maart 2026 – ten laste gelegd dat:
1
Zaak 2.6
hij op of omstreeks 26 en/of 27 januari 2023 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht omschreven gewoontewitwassen, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten meerdere laptops (waaronder een HP laptop, p. 310, p. 446, p. 470, p. 608 dossier), telefoons (waaronder een iPhone 12 pro, p. 315, p. dossier), Prepaid simkaarten en een headset bestemd tot het begaan van (phishing- en/of WhatsApp en/of bankhelpdesk)fraude en/of het gewoontewitwassen van de buit van die (phishing-en/of WhatsApp- en/of bankhelpdesk)fraude, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
2
Zaak 2.6
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 augustus 2022 tot en met 26 januari 2023 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen niet-openbare gegevens, te weten één of meerdere lijsten (persoons)gegevens (zoals telefoonnummers en/of namen en/of bedrijfsnamen en/of adressen en/of geboortedata (met name gelegen vóór 1960)) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen (p. 310, p. 446, p. 609 dossier);
3
Zaak 2.6
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2022 tot en met 2 januari 2023 te ’s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens) een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht, heeft vervaardigd, ontvangen, zich verschaft, overgedragen, verkocht, verworven, vervoerd, ingevoerd, uitgevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door
- een HP laptop met phishing panel software voorhanden te hebben en/of
- phishing e-mails en/of (WhatsApp-)berichten naar e-mailadressen en/of telefoonnummers te zenden teneinde die geadresseerden te bewegen tot afgifte van (inlog)gegevens die gebruikt kunnen worden om in te loggen en transacties uit te voeren op de bankrekeningen van die
geadresseerden (p. 456, p. 470 dossier);
4
Zaak 2.3
hij op of omstreeks 30 maart 2022 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht, heeft vervaardigd, ontvangen, zich verschaft, overgedragen, verkocht, verworven, vervoerd, ingevoerd, uitgevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door een USB-stick met phishing panel-software die geschikt is om geadresseerden te bewegen tot afgifte van (inlog)gegevens die gebruikt kunnen worden om in te loggen en transacties uit te voeren op de bankrekeningen (ING-, Rabo-, Triodos-, ASN-bank) van die geadresseerde voorhanden te hebben (p. 55, p. 57, p. 58, p. 260, p. 307, p. 370, p. 607 dossier).

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van al het tenlastegelegde.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het onder feit 1 en feit 4 tenlastegelegde bepleit en heeft met betrekking tot het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde geen standpunt over het bewijs ingenomen.
3.3.
Vrijspraak
De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of het onder 1 tenlastegelegde feit is bewezen, vast moet komen te staan dat de in de tenlastelegging omschreven voorwerpen en informatiedragers (hierna: de middelen) bestemd waren tot het begaan van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.
Daartoe dient te worden beoordeeld of de middelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik daarvan voor ogen had (HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213 en HR 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1503).
Uit het procesdossier en het verhandelde op de terechtzitting volgt dat de verdachte de middelen inderdaad voorhanden heeft gehad. De middelen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm ook gericht op het plegen van fraude nu op de informatiedragers zogeheten leadlijsten en phishing panel software is aangetroffen. Oplichting, onder feit 1 omschreven als phishing- en/of WhatsApp en/of bankhelpdesk-fraude, is echter geen feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. De voorbereiding daarvan is daarom niet strafbaar.
De rechtbank is verder van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelende op de terechtzitting niet is komen vast te staan dat de verdachte deze middelen voorhanden heeft gehad teneinde deze middelen te gebruiken voor witwassen, laat staan voor gewoontewitwassen. Hiertoe bevat het dossier geen aanknopingspunten en dus geen bewijs.
De rechtbank is daarom met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
3.4.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna de wettige bewijsmiddelen opgenomen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL 15002022271028, van de politie eenheid Eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 611).
t.a.v. feit 2 en feit 3
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 2 maart 2026, voor zover inhoudende;
Het klopt dat de aangetroffen HP laptop van mij was, ik gebruikte deze laptop.
t.a.v. feit 2
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 februari 2023, voor zover inhoudende (p. 310-312):
Vanuit onderzoek werd [medeverdachte 1] geïdentificeerd als persoon met een sleutelrol binnen een groep bankhelpfraudeurs. Op 27 januari 2023 werd zij in Den Haag aangehouden, terwijl zij verbleef in een appartement aan de [adres 2] . Zij werd aangehouden samen met drie andere personen:
[medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] . In het appartement aan de [adres 2] werden meerdere laptops, headsets, simkaarten en mobiele telefoons aangetroffen. Een van de aangetroffen goederen was een HP laptop. Op basis van bevindingen kan worden gesteld dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] de gebruiker en eigenaar was van de HP laptop.
Op de laptop waren 50 PDF, 50 CSV, 29 Excel en ongeveer 16.000 RTF/TXT bestanden aanwezig. Van de 29 Excel bestanden zag ik dat er tenminste 25 bestanden grote lijsten bevatten met persoonlijke data zoals telefoonnummers, emailadressen, bankrekeningnummers, energieleverancier, geboortedata, namen, bedrijfsnamen en adressen. Het viel op dat de personen die in deze bestanden voorkwamen vooral geboren waren voor 1960. De Excel bestanden waren op de laptop gekomen tussen 17 augustus 2022 en 26 januari 2023.
t.a.v. feit 3
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 maart 2023, voor zover inhoudende (p. 456-469):
Tijdens de doorzoeking in het appartement aan de [adres 2] werden meerdere laptops, headsets, simkaarten en mobiele telefoons aangetroffen. Op basis van de bevindingen van onderzoeken naar de laptop kan worden gesteld dat de gebruiker van de HP laptop [verdachte] was. Verder kan worden gesteld dat deze laptop werd gebruikt voor het plegen van strafbare feiten zoals phishing en bankhelpdeskfraude.
In mijn onderzoek heb ik de volgende bevindingen vastgesteld:
1. Aangetroffen phishing panel software;
2. Aangetroffen bestanden met instructies en de bijbehorende software voor het inrichten van webserver ten behoeve van phishing-panel;
3. Aangetroffen software ten behoeve van verzenden phishing e-mail/berichten, en de e-mailadressen van mogelijke slachtoffers,
4. Aangetroffen gebruiker activiteiten van het gebruikmaken van deze software en
vermoedelijk phishing activiteiten.
Uit onderzoeksresultaten maakte ik op dat de archiefbestanden daadwerkelijk
phishing panels zijn die geïnstalleerd kunnen worden op een webserver en bedoeld zijn om gegevens van slachtoffers te verkrijgen die gebruikt kunnen worden om in te loggen en transacties uit te voeren op de bankrekeningen van slachtoffers. Ik onderzocht wanneer er gebruik gemaakt werd van de geïnstalleerde software. Op basis van informatie maakte ik op dat de gebruiker ‘HP’ in de nacht van 2 januari 2023 phishing e-mails verzond aan Belgische e-mailadressen.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 maart 2023, voor zover inhoudende (p. 470-477):
Op basis van de bevindingen van onderzoeken naar de laptop kan worden gesteld dat de gebruiker van de HP laptop [verdachte] was. Vanuit eerder onderzoek op de HP laptop was vastgesteld dat op deze HP laptop phishing e-mails waren opgesteld en verzonden, en dat er activiteiten op de laptop waren gedaan, die passen in het scenario van het inrichten, beheren van phishing panel/websites.
In mijn onderzoek heb ik de volgende bevindingen vastgesteld: aangetroffen activiteiten van het opzetten, en versturen van SMS-berichten. Ik opende het overzicht van de internet activiteiten en scrolde door de gevonden resultaten. Uit de gezochte zoektermen maakte ik op dat de gebruiker van deze HP laptop expliciet zocht naar de service voor het versturen van sms in bulkformatie. Verder zag ik dat op 26-01-2023 verschillende URL’s meerdere keer werden aangeroepen van het domein [domeinnaam 1] . Het is mij ambtshalve bekend dat [domeinnaam 1] de service biedt om bulk SMS te versturen. Uit het domein, de bijbehorende parameters, websitetitels en de frequentie van de bezocht pagina's maakte ik op dat de gebruiker van de HP laptop vermoedelijk bulk SMS verstuurde met behulp van [domeinnaam 1] . Op basis van gegevens maakte ik op dat de gebruiker ‘HP’ tussen 26 en 27 januari 2023SMS/WhatsAppberichten verzond met behulp van bulk SMS diensten zoals [domeinnaam 1] en [domeinnaam 2] .
t.a.v. feit 4
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 januari 2023, voor zover inhoudende (p. 55-56):
Op 30 maart 2022 werd er een voertuigcontrole uitgevoerd te Den Haag. De verdachte [verdachte] bleek tijdens de aanhouding meerdere goederen bij zich te hebben, te weten: USB stick. Hier bleken inlogpanels te staan, die gebruikt worden voor phishingfraude.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 april 2023, voor zover inhoudende (p. 370):
Op woensdag 30 maart 2022 was ik belast met het bekijken van USB-stick welke een verdachte bij zich had. Deze was bij zijn insluitingsfouillering aangetroffen in zijn nektas. Ik bekeek de USB-stick op een politiecomputer en zag daar meerdere bestanden. Ik zag dat er een map op stond met de naam “ [bestandsnaam] " en opende deze. Dit soort bestanden zijn mij ambtshalve bekend als frauduleuze programma's die veelvuldig gebruikt worden voor criminele activiteiten. Ik zag dat in deze map meerde sub-mappen waren met de namen van alle Nederlandse banken, waaronder bijvoorbeeld ING, Rabobank, Triodos Bank en ASN. Ik opende
één van deze sub-mappen en zag dat in deze map van één van die banken allerlei
bestanden zaten die samen een programma vormen en op die manier een bankomgeving nabootsen om zo de gegevens van de slachtoffers te verkrijgen. Voor het bekijken van de bestanden op de USB-stick gaf de verdachte toestemming.
3.5.
Bewijsoverwegingen
feit 4: (on)rechtmatige doorzoeking
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte van het onder feit 4 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat het onderzoek van de USB-stick onrechtmatig zou zijn geweest. De USB-stick zou namelijk onderzocht zijn voordat deze in beslag is genomen en de bevindingen van het onderzoek aan de USB-stick moeten daarom, aldus de raadsman, worden uitgesloten van het bewijs.
Op grond van het dossier (proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 april 2023, p. 370) stelt de rechtbank vast dat de verdachte de verbalisanten toestemming heeft gegeven om de bestanden op de USB-stick te bekijken. De rechtbank is daarom van oordeel dat het onderzoek van de USB-stick niet onrechtmatig is geweest, zodat het resultaat van dat onderzoek, te weten de op de USB-stick aangetroffen phishing panel software, voor het bewijs kan worden gebruikt.
3.6.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
2
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 augustus 2022 tot en met 26 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, niet-openbare gegevens, te weten meerdere lijsten
met(persoons)gegevens zoals telefoonnummers en namen en bedrijfsnamen en adressen en geboortedata (met name gelegen vóór 1960) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededader(s), ten tijde van het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
3
hij meer tijdstippen in de periode van 17 augustus 2022 tot en met 2 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door
- een HP laptop met phishing panel software voorhanden te hebben en
- phishing e-mails en berichten naar e-mailadressen en telefoonnummers te zenden teneinde die geadresseerden te bewegen tot afgifte van inloggegevens die gebruikt kunnen worden om in te loggen en transacties uit te voeren op de bankrekeningen van die geadresseerden;
4
hij op 30 maart 2022 te 's-Gravenhage, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door een USB-stick met phishing panel-software die geschikt is om geadresseerden te bewegen tot afgifte van (inlog)gegevens die gebruikt kunnen worden om in te loggen en transacties uit te voeren op de bankrekeningen (ING-, Rabo-, Triodos-, ASN-bank) van die geadresseerde voorhanden te hebben.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan de verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan hij reeds in voorarrest heeft gezeten. De oplegging van een taakstraf acht de raadsman passend bij de feiten.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft tweemaal een technisch hulpmiddel voorhanden gehad dat geschikt is tot het plegen van computervredebeuk, spam of digitale bombing. De verdachte had phishing panel software voorhanden op een laptop en een USB-stick. Met deze software kan allerlei vormen van computercriminaliteit worden gepleegd. Dit soort criminaliteit kan ernstige schendingen voor de privacy van de slachtoffers opleveren. De software opent namelijk de weg voor vervolghandelingen – bijvoorbeeld in de vorm van bankhelpdeskfraude – die voor ernstige hinder, ontwrichting en financieel nadeel kunnen zorgen. De verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om deze gevolgen. De eigen digitale omgeving dient door derden gerespecteerd te worden, zodat niet de vrees hoeft te bestaan dat daar onrechtmatig inbreuk op en misbruik van wordt gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van niet openbare gegevens, te weten leadlijsten. Wanneer deze gegevens succesvol worden misbruikt kan dit (ernstig) financieel nadeel opleveren bij de beoogde slachtoffers, veelal mensen op leeftijd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 2 februari 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte de afgelopen vijf jaar niet voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij wat er in vergelijkbare gevallen doorgaans wordt opgelegd. In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat er op twee informatiedragers phishing panel software is aangetroffen die onmiskenbaar bedoeld is voor oplichting. Ook heeft de verdachte voor een lagere periode persoonlijke gegevens van anderen voorhanden gehad.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Deze straf is lager dan door de officier van justitie is gëist, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie is gekomen.

7.De inbeslaggenomen voorwerpen

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen over het beslag en heeft medegedeeld dat het inbeslaggenomen voorwerp reeds vernietigd is.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over het beslag en heeft medegedeeld dat de verdachte één telefoon terug heeft gekregen.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genoemde voorwerp, te weten één Apple IPhone met daarop programmatuur bestemd tot het begaan van phishing- en/of WhatsApp en/of bankhelpdesk-fraude, onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien dit voorwerp bestemd is tot het begaan van de onder 3.6 bewezenverklaarde feiten en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of met het algemeen belang.

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 36b, 36c, 47, 57, 63, 139d, 139g van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder feit 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 2 en 3:
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben;
ten aanzien van feit 4:
niet-openbare gegevens verwerven of voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
40 (VEERTIG) DAGEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
de inbeslaggenomen goederen;
verklaart onttrokken aan het verkeer het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel, Apple Iphone zilver (met goednummer: PL1500-2023027956 -2900291).
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Snoeijer, voorzitter,
mr. E.R.F. van Engelen, rechter,
mr. J.G. Bruinsma, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Schuijt, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 maart 2026.