ECLI:NL:RBDHA:2026:6358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.
De rechtbank heeft de beroepen en verzoeken om voorlopige voorzieningen behandeld, waarbij eisers niet zijn verschenen. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van een niet-registertolk vanwege spoedeisendheid en dat eisers hierdoor niet in hun belangen zijn geschaad.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Duitse asielprocedure of opvangvoorzieningen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat bijzondere omstandigheden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening toepassing behoeven.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de minister de asielaanvragen niet hoeft te behandelen en eisers terecht worden overgedragen aan Duitsland. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister hoeft de asielaanvragen niet in behandeling te nemen.